Schaffen
België
Militair vliegveld van Schaffen
TrainingsCentrum voor Parachutisten (TrgC Para)
 

Het militair vliegveld van Schaffen is eigendom van het Belgische leger en behoort tot het TrainingsCentrum voor Parachutisten (TrgC Para) met kazerne “Onderluitenant Devignez”. Het vliegveld werd aangelegd door het Duitse leger tijdens de Eerste Wereldoorlog in 1916 en zou door de jaren heen de naam Schaffen tot ver buiten de Europese grenzen bekend maken.



Wanneer er geen militaire oefeningen plaatsvinden (weekends en feestdagen) wordt dit vliegveld ook gebruikt door de burgerparachutisten van Para Centrum Vlaanderen (PCV), Diest Aero Club (DAC) om te zweefvliegen en door Diest Model Club (DMC) voor het vliegen met modelbouw-vliegtuigen.

De zweefvliegclub, Diest Aero Club (DAC), organiseert jaarlijks rond 15 augustus op het vliegveld van Schaffen de “International Oldtimer Fly and Drive-In”. Een evenement waar oldtimers van zowel lucht- als wegverkeer tentoongesteld worden.

Website Paracommando: www.paracommando.com/unit.php?trgcpara.indeling
Website Para Centrum Vlaanderen vzw: www.pcv.be
Website Diest Aero Club vzw: www.dac.be
Website Fly/Drive-In: https://flyin.dac.be

TrainingsCentrum voor Parachutisten (TrgC Para)



Reeds in 1946 beslist het Ministerie van Defensie om Schaffen als TrainingsCentrum voor Parachutisten te gebruiken. Het TrgC Para verzorgt de gespecialiseerde professionele vorming parachutisme voor al het personeel ParaCommando. Zij zorgen dus zowel voor de opleiding "automatische opening" als voor al de verschillende disciplines in vrije val.

Elke ParaCommando heeft op de DropZone van Schaffen z'n allereerste militaire parachutesprong gemaakt dus is de DZ van Schaffen in feite zowat de thuisbasis van elke ParaCommando. Het TrgC Para staat o.a. in voor het 'conditioneren' (het klaarmaken en onderhouden) van het sprongmateriaal (de parachutes e.d.) Verder staat het TrgC Para ook in voor de opleiding van het personeel ParaCommando dat zich wil specialiseren in het voorbereiden en uitvoeren van luchttransporten en luchtbevoorrading.

Bron: http://www.paracommando.com/unit.php?trgcpara

Internationale bekendheid

Door de jaren heen zou de naam Schaffen tot ver buiten de grenzen van Europa bekend worden. Vanuit alle landen van de wereld kwamen militaire en burgerlijke valschermspringers een stage doormaken in de zo wereldberoemde valschermspringersschool.

Het Varken



De heliumballon in de vorm van een zeppelin, die in de volksmond ook wel 'het varken' wordt genoemd, doet al sinds het prille begin van de para's dienst als platform voor de eerste sprongen van zowat iedere Belgische parachutist alvorens over te schakelen naar C119/C130 sprongen.

De oorspronkelijke trainingsballon werd in 2011 vervangen door een stabieler en makkelijker te bedienen exemplaar, vervaardigd door het Britse bedrijf Lindstrand Technologies (LTL).

De zeppelin-vormige ballon heeft zonder al te veel verbeelding tevens de vorm van een gedomesticeerd wild zwijn, vandaar de minder elegante bijnaam "Het Varken".

Kazerne “Onderluitenant Devignez”



In 1949 krijgt het kwartier de naam "Onderluitenant Devignez". Deze officier vervoegt het leger bij het uitbreken van de oorlog. In 1943 behaalt hij zijn Para-brevet. Op 8 augustus 1944, gedurende de operatie Chaucer wordt hij, als lid van het Belgian SAS Sqadron, gedropt in Frankrijk tijdens deze drop raakt hij gewond an de rug en wordt hij door het verzet geëvacueerd naar een Frans militair hospitaal. Hij wordt weer opgenomen in zijn eenheid in 1945, net op tijd om deel te nemen aan de operaties in Nederland en Duitsland. Op 13 april 1945, toen het 1e Eskadron pas het dorp Beerta na een straatgevecht van twee uren heroverd had, wordt het Eskadron in het dorp zelf aan een hevig en welgericht artillerievuur onderworpen. Dit artillerievuur maakte elke voor- of achterwaarsche beweging onmogelijk, Olt Denis Devignez wordt aldaar door een shrapnellscherf levensbedreigend gekwetst en sterft op 15 april 1945 te Meppen, op 26 jarige leeftijd, aan zijn verwondingen. Diezelfde dag wordt Olt Devignez bevorderd tot Luitenant.

Bron: http://www.paracommando.com/unit.php?trgcpara

De Black Devils



De Black Devils zijn de elite valschermploeg van het Belgische leger, gekazerneerd te Training Centrum Para in Schaffen. Deze luchtacrobaten behoren tot de beste ter wereld en wisten verschillende onderscheidingen te behalen zoals Wereldkampioenen in PA + Formation Skydive CISM + FAI, Wereldbeker winnaars; Europees kampioenen, ...

Meer info: https://www.facebook.com/notes/222914687828152/

Ontstaan van het vliegveld

In 1915 kwam het gerucht dat de Duitsers een militair vliegveld zouden aanleggen op het gehucht “’t Sjenaat”, langs de steenweg naar Tessenderlo. Reeds in september van datzelfde jaar namen de werken een aanvang onder leiding van Dr. ingenieur Kurt TANK, van de firma “Fokkerwulfe”. Langs de steenweg van Schaffen naar Tessenderlo werden een 40-tal huizen onteigend en afgebroken, een terrein van 40 ha werd geëffend en in een lichte glooiing gelegd tegen de flanken van de Rodeberg. Het nieuwe vliegveld was vierkant van vorm en had voldoende grootte om vliegtuigen te laten opstijgen en landen. De werken aan het vliegveld vorderden vrij snel en enkele maanden later waren de grondwerken klaar en het terrein werd met gras bezaaid. Ook weren een viertal loodsen gereed gekomen om het materiaal in op te bergen.

Rond mei 1916 waren de volgende gebouwen afgewerkt: 10 woningen die dienst deden als kantoor, 7 houten barakken voor bergen stapelplaatsen, 1 herstellingsplaats voor werktuigkundigen of smidse, 1 motorwerkplaats, 1 machinekamer, 1 pompstation en 1 werf. Verder 1 gebouw voor de vluchtleiding, 1 transformatorenhuis en kantoren, 1 vliegtuighangaar met materiaalmagazijn, en werkplaats voor wapenmeester. Dan waren de volgende gebouwen nog voorzien: een zaal voor lichtbeelden, 1 hangaar om hout op te bergen, 1 brandstofdepot en 2 benzinetanks.

In januari 1917 was de aanleg van het vliegveld zover gevorderd dat men de nodige vliegtuigen en manschappen kon onderbrengen. Een maand later, op 1 februari 1917, hoorden de inwoners van Diest en Schaffen het eerste motorgeronk van de vijandelijke toestellen.

De Duitsers noemden het vliegveld “Flieger Beobachter Schule West”. Het stond onder bevel van kommandant Bernhard. In mei 1917 waren op het vliegveld reeds een 30-tal vliegtuigen ondergebracht, iedere loods kon twaalf toestellen bergen. De manschappen van het vliegveld logeerden allen in Diest, hun aantal bedroeg ongeveer 60 koppen.

Maar het vliegveld bleef groeien, zowel in omvang als in manschappen. Even voor het einde van 1917 beschikte de “Schule West” over 350 leerlingen-vliegeniers en 150 soldaten. De oppervlakte van het vliegveld was toegenomen met 30 ha zodat ze toen 70 ha bedroeg. De militairen vonden een onderkomen in de Bogaardenkazerne, in het Arsenaal en op de Citadel te Diest. Een officierscasino was ondergebracht in de Sint-Joriszaal op het stadhuis te Diest.

Bij slecht weer, wanneer de vliegtuigen niet konden opstijgen, werd dit aangekondigd door een sirene die op het dak van het stadhuis geïnstalleerd was. Deze sirene bracht een mooie sonore klank voort, die over de huizen heen galmde zodat de Diestenaars haar de schone naam “Melodieuze sirene” gaven.

In 1918 bereikte de bedrijvigheid op het militaire vliegveld een hoogtepunt. Het aantal vliegtuigen bestond uit 66 toestellen, namelijk 55 tweedekkers, 5 eendekkers en 6 zware toestellen van buitengewone grootte voor die tijd, deze zes vliegtuigen waren bewapend met een licht kanon. Ondertussen hadden de Duitsers enkele houten barakken op het vliegveld neergezet en deze bevolkt met gijzelaars uit de omgeving. Zij noemden het een veiligheidsmaatregel tegen aanvallen van vijandelijke vliegtuigen, die wel eens het vliegveld zouden kunnen bombarderen.

Verder was er rond het vliegveld afweergeschut opgesteld. In ”De Diestenaar”, nr. 8 van mei 1918 stond het volgende te lezen: “Personen die bezet België verlaten hebben verzekeren dat de Duitsers op het vliegveld rond Diest, houten barakken hebben gezet waar ze Belgische burgers in opsluiten om die alzo bloot te stellen aan gebeurlijke aanvallen der vliegers der Bondgenoten. Het vliegveld is bijna vierkantig; een zijde heeft zo maar een lengte van 1250 meter, 150 burgers mogen er werken. Er zijn reeds meer dan 50 hangars en men maakt er nog altijd bij. Zij zijn allen gebouwd langs de ijzerenweg Diest-Schaffen. Sinds de opening van de vliegschool zijn reeds 150 ongelukken gebeurd, 85 jonge vliegers kwamen om het leven, vele anderen werden gewond. Rond het plein hebben de Duitsers vele afweerkanonnen gezet tegen gebeurlijke aanvallen van de verbondene vliegers. Er staan er verschillende in den hof van Karel Serneels.”

De laatste maanden van de oorlog, toen een zekere nederlaag in het verschiet lag, vlotte het niet meer zoals het moest zijn. Per maand werd soms meer dan 1000 liter benzine gestolen en om de hoeveelheid in de vergaarbakken op hetzelfde peil te houden werd er water bijgevoegd. De verduistering van de benzine en het bijvullen met water lag aan de basis van het neerstorten van een 30-tal vliegtuigen.

Begin november 1918 werden alle burgers die op het militaire vliegveld werkten, naar huis gezonden en er werden geen vliegtuigen meer hersteld.

In de vroege ochtend van 11 november 1918 verlieten ijlings 47 vliegtuigen de basis van Schaffen met bestemming Duitsland.

Dit was het sein tot de algemene plundering van het vliegveld. Honderden burgers, zowel vrouwen als mannen, stormden het terrein te Schaffen binnen, vernielden alle overblijvende vliegtuigen en staken ze daarna in brand. De inboedel van de magazijnen, kantoren en werkplaatsen, kortom alles wat niet te heet of te zwaar was, werd door de burgers meegenomen. Met kruiwagens, karren, kinderwagens en fietsen zonder luchtbanden, reden ze onafgebroken ledig het vliegveld op en kwamen er zwaar beladen weer van terug. Zelfs 60 spoorwagens, geladen met kolen, moesten eraan geloven en voor de avond viel, was het vliegveld geplunderd. Zo koelden de burgers hun vier jaar lang opgekropte woede tegen de Duitse bezetters.

Het vliegveld tussen WOI en WOII

Nadat in de vroege ochtend van 11 november 1918 de Duitse piloten ijlings met alle beschikbare vliegtuigen Schaffen hadden verlaten, plunderden de burgers het vliegveld. Toen een tiental dagen later een recuperatiedienst van het Franse leger op het vliegveld ingekwartierd werd, boden de kazerne en het vliegveld een troosteloze aanblik.

Een zestal maanden later nam het Belgisch Vliegwezen het vliegveld in bezit. Er werden vier escadrilles geïnstalleerd, namelijk één escadrille waarnemingsvliegtuigen en drie jachtescadrilles die uitgerust waren met de goede oude Hanriots, Sopwiths “Camel” en de Spads. En boven Schaffen en Diest heerste weer een drukte van ronkende vliegtuigen maar nu geen Duitse meer, maar Belgische toestellen.

Rond de jaren 1925 werd ons vliegwezen gemoderniseerd. Te Schaffen werd de 1ste Jachtgroep van het 2de Regiment Luchtvaart gekazerneerd. De 1ste escadrille was uitgerust met Comettoestellen, de 2de escadrille met Chardon-vliegtuigen, dan was er nog een escadrille-depot dat het materiaal beheerde. Ondertussen was de oppervlakte van het vliegveld eens te meer toegenomen tot 100 ha. Er werd ook een schietstand gebouwd die zeer noodzakelijk was om de vliegtuigmitrailleurs te zeroteren. Zeroteren is het middelpunt bepalen, een secuur werkje dat door specialisten werd uitgevoerd in nauwe samenwerking met de piloot. Aan de kazerne werd ook aandacht geschonken met de aanbouw van enkele betonnenblokken voor kantoren en slaapkamers voor militairen.

Een achttal jaren later, in 1933, werden eens te meer nieuwe vliegtuigen aangeschaft, namelijk de Fairey-Firefly, en de Fairey-Battle. Een ploeg specialisten stond in voor het onderhoud en de herstellingen van het vliegtuig. Onder hen bevonden zich werktuigkundigen, mecaniciens, schrijnwerkers, smeden, schilders, kabelvlechters, lassers...

Vele jongens uit de streek hebben hier te Schaffen hun militaire dienstplicht volbracht. Het overgrote deel van deze dienstplichtigen waren afkomstig uit een kroostrijk gezin, waar reeds een paar broers militaire dienst hadden gedaan. Om deze reden bleven deze dienstplichtigen maar acht maanden onder de wapens.

Op 6 september 1939 had de algemene mobilisatie van het Belgische leger plaats. Duitsland was in staat van oorlogmet Frankrijk. Engeland koos de zijde van Frankrijk. België stelde zich neutraal op in het gebeuren dat zich de laatste vijf jaar in Europa afspeelde. De Belgische troepen werden aan de grenzen van Duitsland, Frankrijk, Nederland en de Belgische kust in stelling gebracht. Waarom dit gebeurde is niet duidelijk daar de enige vijand Nazi-Duitsland van Adolf Hitler was, dat in 1938 eveneens, samen met Rusland, de vreedzame Polen overviel en bezette. Met die mobilisatie was het Belgische leger letterlijk en figuurlijk op den dool met een strenge winter dat voor de deur stond.

De Duitsers bezetten het vliegveld, 1940 – 1944

Mei 1940: De helft van de Belgsiche vliegtuigen waren gestationeerd op het vliegveld van Schaffen.

10 mei 1940, 04:32u: Uit de richting van Engsbergen (Tessenderlo) kwamen, laag over de bomen scherend, drie Duitse Heinkel He 111 bommenwerpers op een hoogte van ongeveer 20 meter. Ze openden het vuur op de rij vliegtuigen en manschappen en wierpen kleine brandbommen af. Enkele ogenblikken later volgden 6 golven lichte bombardementsvliegtuigen, die het vliegveld bombardeerden met bommen van 50 kg. Enkele minuten later was het grootste deel van de Belgische vliegtuigen vernield of onklaar gemaakt.

De 18-daagse veldtocht van ons vliegwezen kan men best vergelijken met een gevecht van “klein duimpje met reus Goliath”. Op 10 mei 1940 kon ons Belgische vliegwezen beschikken over 230 toestellen, waarvan 68 moderne en 170 verouderde. Duitsland had een totaal van 4500 zeer moderne vliegtuigen van alle modellen.

Nog voor de overgave van het Belgisch leger op 28 mei 1940 namen de Duitsers het vliegveld van Schaffen in bezit en gebruikte het als basis van de "Luftwaffe". Vakkundig bouwden zij het vliegveld uit, naargelang de behoeften van het leger.

Er kwam een herstellingsdienst voor stuka-onderdelen. Verder werd een boerderij op stapel gezet, die nuttig was voor de bevoorrading van de troepen. In mindere mate een bouwleiding voor het onderhoud van het kwartier, dan nog enkele aanverwante diensten.

Inspector MITTACH was de eerste bevelhebber, hij was een zeer streng man die er niet voor terug deinsde werknemers die verdacht werden van sabotage of diefstal, naar Duitsland te deporteren.

Ongeveer 400 burgers, mannen en vrouwen, werkten op het vliegveld. Zij hadden een zesdagenweek van 48 uur. De verdiensten lagen rond 6 à 6,25 Belgische frank per uur, wat wekelijks 288 tot 300 Belgische frank (7,50 EURO) bedroeg. Onder hen waren verschillende sympathisanten en medewerkers van de vijand, zij bezetten de beste plaatsjes die meestal leidende functies waren. Alles wat ze hoorden, zagen of vernamen werd aan de bevelhebber overgemaakt. In de herstellingsdienst voor stuka-onderdelen (E.R.L.A.), werkten de meeste burgers. De boerderij stelde 44 burgers aan ’t werk onder leiding van “de boer”, die een vertrouwensman van de bevelhebber was.

Na inspector MITTACH nam een officier-piloot, SPANNENBERGH, het bevel over. Deze nieuwe bevelhebber werd niet graag gezien door de burgers en de Duitse soldaten. Hij kon de onmogelijkste bevelen geven, zodat hij de bijnaam “de zot” kreeg aangesmeerd. Regelmatig kwamen zieke of herstellende stuka-piloten op het vliegveld in herstelverlof.

Op 10 april 1944 werd de E.R.L.A. volledig verwoest bij het eerste bombardement van de geallieerde vliegtuigen. Een tweede golf bommen viel in een strook die parallel liep met de huidige Kleinbaan, en de derde golf was bestemd voor de strook gelegen tussen de Kleinbaan en de Postbaan. De eerste formatie Amerikaanse bommenwerpers trof dus het vliegveld, maar de tweede en derde formatie, maakten een zware vergissing, en zaaide vooral dood en vernieling in het gehucht Schoonaerde en de statie-omgeving van het dorp Schaffen. De herstellingswerkplaats op het vliegveld lag voor een drietal maanden stil, en eer de werkplaats weer op volle toeren draaide, was de bevrijding reeds nakend. Na de bevrijding werden verschillende kollaborateurs die op het vliegveld de vertrouwenspostjes hadden bekleed, aangehouden en tot een gevangenisstraf veroordeeld.

Gebeurtenissen na september 1944

Nadat de Duitse bezetters werden verdreven door de geallieerde troepen lag het vliegveld er weer verlaten bij, tot een Engelse en een Canadese eenheid er een bevoorradings- en evacuatiedienst installeerden. Regelmatig landden er vliegtuigen, nl. de DC-3 (Dakota of C-47), die bevoorrading aanbrachten en gewonde of herstellende militairen terug naar hun land brachten.

Ondertussen werd door het pas opgerichte Provinciaal Detachement van Brabant een bewakingsdienst op het vliegveld en op de Citadel te Diest gedetacheerd. Deze afdeling had een getalsterkte van ongeveer 50 manschappen. Op het vliegveld nam adjudant Ward Trappeniers, een oude veteraan van de oorlog 1914-1918, de teugels in handen.

In 1946 besliste het Ministerie van Defensie om Schaffen als Trainingscentrum voor Parachutisten te gebruiken. Inmiddels werden Belgen opgeleid in het First Paratroopers Regiment SAS "Special Air Service" (de Britse "special forces") in Groot-Brittannië.



In april 1947 kwam de voorwacht van het Trainingscentrum voor Parachutage in het kwartier te Schaffen aan. Inmiddels kreeg de Elementaire School voor Pilotage van de Luchtmacht een gedeelte van het kwartier toegewezen, in afwachting dat het vliegveld van Goetsenhoven klaarkwam, wat einde 1949 ook gebeurde. Na het vertrek van de Elementaire School konden de Para’s over het volledige kwartier beschikken. De voorwacht van de Parachutageschool stond onder bevel van kapitein D.S.O. DEBEFVE. (D.S.O. is de afkorting van “Distinguished Service Order”, een hoge militaire onderscheiding van het Engelse leger)

D.S.O. Debefve, 2 onderofficieren en een 15-tal soldaten maakten het kwartier klaar. Dit bestond uit het inrichten van een plooi-, droog- en herstellingszaal voor valschermen, het opzetten van een trainingszaal in een van de loodsen, en ook moest het zeer noodzakelijke “Moeringbed” gemaakt worden, waar de ballon (bijnaam: het varken) na zijn vulling met gas vast werd gemaakt.



Op 11 september 1947 werden de eerste vliegtuigsprongen vanuit een DC-3 “Dakota” gemaakt, en op 28 november 1947 dwarrelden de eerste parachutisten uit de ballon met een valscherm “type Irvin X”.

In 1953 schakelde de luchtmacht over naar de C-119 of “Flying Boxcar”, die de DC-3 verving voor de valschermsprongen.

In de jaren 60 werd eens te meer het vliegveld uitgebreid, nu in de richting van het Fort-Leopold. Enkele huizen werden onteigend, en het terrein werd in een langzaam opgaande glooiing gelegd.

Tussen september 1947 en 31 december 1986 werden maar liefst 1.015.101 sprongen gemaakt.

Bron: Schaffen door de eeuwen heen, uitgave van de Oostbrabantse werkgemeenschap: De Geschiedenis van het Militair vliegveld van Schaffen (1914-1986) blz. 184-224

2016: Het vliegveld van Schaffen bestaat 100 jaar!

Stad & Cultuur
Printvriendelijke versie